Home News Forum Kijk/Luister Sample Sets Vergelijk Benodigdheden Foto's Links Downloads Over ons

 

registreren is een vak

Toon actieve onderwerpen


Berichten: 822

Geregistreerd: 04 jan 2013 15:20

Bericht 22 sep 2016 17:58

Re: registreren is een vak

In theorie loopt het aantal mogelijke combinaties snel op naarmate het orgel groter wordt: 2^n - 1 waarbij n het aantal registers is (ieder register kan aan en uit, vandaar 2^n, alle registers uit telt niet mee, vandaar 1 eraf). Een orgel met 10 registers heeft dus ruim 1000 combinatiemogelijkheiden, en een orgel met 30 meer dan een miljard...

Maar dat is in theorie. In de praktijk hangt het van het orgeltype af welke combinaties mooi en nuttig zijn en welke niet. Het sterkst zie je dat bij Frans-barokke orgels en muziek, daar kom je een heel eind toe met een stuk of 10 vaste voorgeschreven registraties, zie http://www.sonusparadisi.cz/wordpress/w ... ques_2.pdf. Daar valt wel wat op te varieren, maar je trekt bij dit orgeltype in principe geen mixturen en tongwerken samen, om maar wat te noemen.

Orgels uit de Duitse barok laten vaak wat meer variatie toe, maar er zijn wel wat beperkingen. Zo trek je bijvoorbeeld geen fluit 4' boven een prestant 8' - dat vertroebelt slechts de boventonen van de prestant. Maar andersom kan wel heel goed: een (grondtonige) fluit 8' met een (boventoonrijke) prestant 4 (=octaaf 4) zorgt voor een heldere klank met een bescheiden maar aangenaam fundament. Bij het plenum zul je ook niet al te veel fluiten trekken om vertroebeling van de klank te voorkomen en om de windvoorziening goed te benutten. Er zijn ook wel enkele vaste registercombinaties, bijvoorbeeld de Sesquialter waar een fluit 8 en een fluit of prestant 4' onder hoort (in sommige gevallen kan een Sesquialter echter ook als plenumregister gebruikt worden).

Bij barokke orgels versterk je de klank door telkens hogere voetmaten bij te trekken. Bij romantische orgels kun je de klank ook versterken door steeds krachtiger 8' registers toe te voegen. Veel meer dan Barokke orgels met hun beperkte windvoorziening, zijn Romantische orgels er op gebouwd om registers van dezelfde voetmaat samen open te trekken. Deze registers kunnen dan ook vloeiend mengen. Bij deze orgels heb je vaak de meeste tolerantie in wat je samen open kunt trekken. Toch zie je ook bij deze orgels dat organisten en componisten zich beperken tot vaste registercombinaties. Met name bij de Frans-Romantische orgels zijn die soms tot in detail gespecificeerd, zie http://www.sonusparadisi.cz/en/blog/reg ... tic-music/. Ook de registratie van Engels-Romantische orgels verloopt vaak volgens vaste regels, zie http://www.contrebombarde.com/concertha ... d/limit/10.

Verrassende combinaties? Tja, er valt genoeg te verzinnen. Zelf vind ik het erg leuk om met een uitkomende stem een octaaf lager te spelen. Bijvoorbeeld met een Vox Humana, wat een mooie baritonachtige klank op kan leveren. Of met een Prestant 4, die dan klinkt als Prestant 8 maar vaak net iets bescheidener geintoneerd. Of met een Terts of Sesquialter (als die doorloopt en niet repeteert), wat statig en melancholiek tegelijk klinkt.

Het effect van een bel, klok of carillon kan worden bereikt met - uiteraard - het carillonregister. Dat bestaat vaak uit een tertskoor en een 1'-koor. Dus als je geen carillonregister hebt maar wel een terts- en een 1'-register los, dan wil het ook wel lukken door deze te combineren. Vaak werkt het het best zonder een fluit 8' eronder, de fluiten 4, 3 en 2 kunnen er naar smaak wel aan toegevoegd worden. Soms bevat een Cymbel ook een tertsregister en werkt dat ook om het orgel eens mooi te laten rinkelen.

Dat Jos van der Kooy zoveel tijd kwijt is, dat heb ik hem ook al eens horen vertellen. Ik denk dat dat iets zegt over zijn perfectionisme. Maar realiseer je ook hoeveel registratiewisselingen je bij hem in 1 concert hoort, met name als hij Romantische werken ten gehore brengt op zijn preromantische instrument.

Berichten: 822

Geregistreerd: 04 jan 2013 15:20

Bericht 22 sep 2016 18:06

Re: registreren is een vak

De gedachte erachter is waarschijnlijk dat altijd dat 16' gebrom op de achtergrond op een gegeven moment vermoeiend is. Zeker als je als luisteraar bij bepaalde tonen net in de piek van een staande golf zit... Soms voldoet een octaaf 8' ruimschoots om de baslijn te laten horen. Ik mag daar zelf ook wel eens vaker aan denken bij mijn spel voor de dienst...

Over de Prestant 16: die kan vanwege zijn boventoonrijkheid (in tegenstelling tot de Subbas 16 in de meeste gevallen) soms prima op zichzelf gebruikt worden in het pedaal, zonder noodzaak om er een 8' bij te trekken.
Avatar gebruiker

Berichten: 1386

Geregistreerd: 22 feb 2011 21:29

Woonplaats: Den Haag

Bericht 22 sep 2016 18:54

Re: registreren is een vak

In hoeverre kan een registratie op een Hauptwerk console afwijken van gangbare registraties op echte orgels, doordat het allemaal toch anders klinkt. Registraties worden door organisten van achter de speeltafel bedacht terwijl onze Hauptwerk consoles registraties laten horen opgenomen in de kerk. Mischien dat een bepaalde combinatie met bijv. een mixtuur in een kerk mooi klinkt maar op een Hauptwerk console te scherp.
Ook het dynamisch bereik op een Hauptwerk orgel is kleiner wat misschien tot een andere soort registraties leidt.
Oftewel zijn alle regels voor registreren 1op1 over te zetten naar de thuis situatie? Of ga je thuis gevoelsmatig/gehoormatig toch over op andere combinaties die je misschien in een kerk nooit zou gebruiken?

Groet Jan

PdW

Berichten: 22

Geregistreerd: 01 maart 2016 21:10

Bericht 22 sep 2016 20:16

Re: registreren is een vak

een lezenswaardig artikel van Sietze de Vries hierover http://www.klavarorganist.nl/over-muziek/11-het-orgel/8-de-kunst-van-registreren

Berichten: 822

Geregistreerd: 04 jan 2013 15:20

Bericht 22 sep 2016 22:39

Re: registreren is een vak

Jan Wim schreef:@ Jos


zo puriteins als ik ben op audio gebied , zo'n barbaar ala woesteling ben ik qua registratie :lol:

je schrijft bij een frans-baroke orgel:
maar je trekt bij dit orgeltype in principe geen mixturen en tongwerken samen, om maar wat te noemen.


dat doe ik dus soms wel :oops: :oops: heeft dat met de samenstelling van de mixtuur te maken?
of omdat de franse trompet anders klinkt qua intonatie

De intonatie is niet op elkaar afgestemd. Of je trekt de prestanten en mixturen voor het plein jeu, of de tongwerken en fluiten (incl cornet) voor het grand jeu. Maar het mengt niet optimaal, de trompetten klinken bijvoorbeeld te doordringend bij de mixturen. Op een Duits barokorgel is een trompet vaak heel wat bescheidener waardoor het beter mengt in het plenum, dat is althans mijn persoonlijke waarneming.
Avatar gebruiker

Berichten: 273

Geregistreerd: 12 feb 2014 18:08

Woonplaats: Waarder

Bericht 22 sep 2016 22:57

Re: registreren is een vak

maar bv Piet van Egmond had bv zijn "geheim" namelijk de Klok
hij gebruikte hier niet het carillon register voor, maar een samenstelling van een paar registers

Hij gebruikte een bepaald heldere register - kan zijn een 4 of 2 voet - en speelde steeds met een interval akkoord, dat kan zijn geweest en kwart of een kwint of zoiets.

Goed registreren maakt de muziek.
Het is vooral de inhoud van de psalm, lied of gezang die vraagt om een bepaalde registratie zacht of wat meer volume of fors volume. Som kom ik nog steeds verrassende combinaties tegen, bijv. als uitkomende stem bij het begeleiden: een Dulciaan 8" i.c.m. een Kwint 2 2/3"" die dan een heel eigen klank gaat vormen.
Erg belangrijk bij het begeleiden is de registratie van het rugwerk. Dat mag niet te fors worden. De verhouding van volume met het hoofdwerk is in de kerkzaal heel ander dan je als organist achter de klavieren ervaart.
Wat ook is opgemerkt kun je bijv. met een Prestant 4" een octaaf lager spelen, dan is het net of je een strijker stem aan hebt staan, zoals een Violin of iets dergelijks. Een Trompet 8" een octaaf lager kan ook heel mooi diep en warm van klank zijn.
Tenslotte kun je op een neobarok orgel niet alles optimaal spelen in de kerk. Sommige stemmen zijn te fors of te schel van klank, helaas is dat zo.
Vriendelijke groet, Marius

Zeer tevreden GrandOrgue gebruiker op Johannus Rembrandt 375 orgel

Berichten: 822

Geregistreerd: 04 jan 2013 15:20

Bericht 22 sep 2016 23:27

Re: registreren is een vak

Marius55 schreef:
Tenslotte kun je op een neobarok orgel niet alles optimaal spelen in de kerk. Sommige stemmen zijn te fors of te schel van klank, helaas is dat zo.

Uitgaande van een goed geintoneerd orgel... Nee, een neobarokke Scherp zal bijvoorbeeld niet overtuigend klinken in een stuk van Feike Asma. Maar wel in een type muziekstuk dat bij het orgel past. Alleen past dat dan soms moeilijk bij de smaak van de luisteraars.

Berichten: 303

Geregistreerd: 13 feb 2011 17:30

Woonplaats: Woerden

Bericht 23 sep 2016 07:33

Re: registreren is een vak

Hoi

Wat bij mijn keuze ook altijd meespeelt is: heeft de componist aangegeven wat hij wil bij een stuk? Staat er niets of is er niets bekend dan heb je veel meer de vrije hand dan wanneer componist dit heeft opgeschreven.

Als componist het heeft vastgelegd dan zit je meestal nog met een ander probleem: ieder orgel is anders en dus ook anders dan het orgel wat de componist tot zijn beschikking had of voor welk orgel hij het werk heeft gecomponeerd. Ik ga dan altijd proberen om de sfeer die de componist bedoeld zoveel als mogelijk te bereiken op het orgel.

De opname Franck / Bavo / Anton Pauw vind ik een prachtig voorbeeld van vertalen naar het orgel en toch de intentie van de componist behouden.

Mvg,
Paul.

Berichten: 822

Geregistreerd: 04 jan 2013 15:20

Bericht 23 sep 2016 10:42

Re: registreren is een vak

Jan Wim schreef:even voorop gesteld dat ik zelf wel graag sommige werken van Asma speel

hangt er toch al snel een voorkeur registratie rondom deze muziek

zoals Feike zelf graag de 8-4-3 met tremulant ,en uitkomend de sesquialter/cornet gebruikte

merk ik als na-aper van deze muziek dat je toch vaak automatisch met die registratie begint.

dus bewust/onbewust ga je toch proberen het orgelstuk in de klankleur te sturen waarin de componist het zelf uitgevoerd en bedacht heeft denk ik?

niks mis mee, maar in mijn geval stimuleert het niet echt om daar bv snel 100% van af te wijken.

dus ga je al snel vaak gebruikte register combinaties vaker toepassen , dat zou best creatiever kunnen in mijn geval dan


Inderdaad, en dat is niets vreemds, ook als je kijkt naar andere muziekstijlen is het vaak veel van hetzelfde. Als je literatuur speelt is registreren nu eenmaal een precisiewerkje om de juiste balans tussen de stemmen te vinden. Maar als je improviseert dan kunnen allerlei (soms exotische) registercombinaties een enorme inspiratiebron zijn.
Avatar gebruiker

Berichten: 213

Geregistreerd: 13 nov 2013 21:59

Woonplaats: Hendrik Ido Ambacht

Bericht 23 sep 2016 11:25

Re: registreren is een vak

Wat soms erg leerzaam kan zijn, is het volgen van de registraties die bijvoorbeeld op een CD booklet zijn uitgeschreven. Bijvoorbeeld van Psalm 43 van Klaas Bolt is de registratie op het Bavo orgel tot in detail bekend.
Dan is het leuk om dat te volgen, zeker als je zelf het de Bavo-set op je orgel hebt.

Verrassend zelfs. Waarom speelt Bolt in een bewerking op de Flagfluit 4' een octaaf lager, terwijl er ook mooie 8' fluiten beschikbaar zijn. Kennelijk zocht hij dan toch naar net die heldere klank. En als je dat dan zelf wat uitprobeert, dan snap je het ook.

Zo zijn er van veel gesampelde orgels CD te koop, mét registreer aanwijzing. En zo is er veel te ontdekken!

Met groet,
David
Avatar gebruiker

Berichten: 590

Geregistreerd: 02 mei 2012 15:16

Woonplaats: Dordrecht

Bericht 23 sep 2016 12:41

Re: registreren is een vak

David Peekstok schreef:Wat soms erg leerzaam kan zijn, is het volgen van de registraties die bijvoorbeeld op een CD booklet zijn uitgeschreven. Bijvoorbeeld van Psalm 43 van Klaas Bolt is de registratie op het Bavo orgel tot in detail bekend.
Dan is het leuk om dat te volgen, zeker als je zelf het de Bavo-set op je orgel hebt.

Verrassend zelfs. Waarom speelt Bolt in een bewerking op de Flagfluit 4' een octaaf lager, terwijl er ook mooie 8' fluiten beschikbaar zijn. Kennelijk zocht hij dan toch naar net die heldere klank. En als je dat dan zelf wat uitprobeert, dan snap je het ook.

Zo zijn er van veel gesampelde orgels CD te koop, mét registreer aanwijzing. En zo is er veel te ontdekken!

Met groet,
David


IDD....klopt als een bus...heel leerzaam en levert verrassende combinaties op die je zelf zo 1,2,3 niet bedenkt.
Heb Haarlem nu een maand of 3 in huis en heb heel bewust nog geen voorgeprogrammeerde registercombinaties opgeslagen. Puur en alleen om telkens opnieuw combinaties te blijven proberen en te ontdekken.
Geen dag zonder Bach!
Avatar gebruiker

Berichten: 590

Geregistreerd: 02 mei 2012 15:16

Woonplaats: Dordrecht

Bericht 25 sep 2016 21:20

Re: registreren is een vak

Andre_Kaptein schreef:
David Peekstok schreef:Wat soms erg leerzaam kan zijn, is het volgen van de registraties die bijvoorbeeld op een CD booklet zijn uitgeschreven. Bijvoorbeeld van Psalm 43 van Klaas Bolt is de registratie op het Bavo orgel tot in detail bekend.
Dan is het leuk om dat te volgen, zeker als je zelf het de Bavo-set op je orgel hebt.

Verrassend zelfs. Waarom speelt Bolt in een bewerking op de Flagfluit 4' een octaaf lager, terwijl er ook mooie 8' fluiten beschikbaar zijn. Kennelijk zocht hij dan toch naar net die heldere klank. En als je dat dan zelf wat uitprobeert, dan snap je het ook.

Zo zijn er van veel gesampelde orgels CD te koop, mét registreer aanwijzing. En zo is er veel te ontdekken!

Met groet,
David


IDD....klopt als een bus...heel leerzaam en levert verrassende combinaties op die je zelf zo 1,2,3 niet bedenkt.
Heb Haarlem nu een maand of 3 in huis en heb heel bewust nog geen voorgeprogrammeerde registercombinaties opgeslagen. Puur en alleen om telkens opnieuw combinaties te blijven proberen en te ontdekken.



Afgelopen vrijdag gespeeld op het echte Mullerorgel in de Bavo. Een hoop geleerd van Anton Pauw over registreren op dit orgel. Een eyeopener....zal thuis minder tot z'n recht komen dan in de kerk. Met name de zware 16vt en 32vt registers. Vaak ga je bij een orgel in de hoogte registreren, maar hierop moet je de breedte in en gaten vullen zoals Anton dat noemde.
Geen dag zonder Bach!
Avatar gebruiker

Berichten: 185

Geregistreerd: 22 okt 2012 14:15

Woonplaats: Hardinxveld Giessendam

Bericht 26 sep 2016 09:52

Re: registreren is een vak

Afgelopen vrijdag gespeeld op het echte Mullerorgel in de Bavo. Een hoop geleerd van Anton Pauw over registreren op dit orgel. Een eyeopener....zal thuis minder tot z'n recht komen dan in de kerk. Met name de zware 16vt en 32vt registers. Vaak ga je bij een orgel in de hoogte registreren, maar hierop moet je de breedte in en gaten vullen zoals Anton dat noemde.[/quote]


hallo Andre ,

Hoe kom jij daarzo terecht ? :) :) ;) , misschien familie van je ? ;) super leuk voor je !

ik moet nog even wachten tot 29 oktober ( orgel amateurdag ) :D

groetjes

Hans
Het belangrijkste in de muziek staat niet in de noten.
Gustav Mahler

Berichten: 822

Geregistreerd: 04 jan 2013 15:20

Bericht 26 sep 2016 11:55

Re: registreren is een vak

Jan Wim schreef:au revoir................

PDF-document van het boek Tables de Registration, 130 bladzijden, met registratievoorschriften voor klassieke, franse Orgelmuziek. Een must voor iedere organist.

http://www.wimdejust.nl/downloads/table ... tions1.pdf


"Een must voor iedere organist"? Nah... alleen als je geinteresseerd bent in de Frans-Barokke muziek en aanverwanten, en bovendien de tijd hebt om een vergelijkende historische studie uit te voeren van verschillende orgels en organisten.

Berichten: 104

Geregistreerd: 18 feb 2013 20:14

Bericht 01 okt 2016 08:39

Re: registreren is een vak

Een goeie bron voor materiaal om je verder in te verdiepen is: http://www.walcker-stiftung.de/Orgelregistrierung.html

Daar zijn onder andere registratieaanwijzingen van Gottfried Silbermann te vinden voor zijn orgel in Grosshartmansdorf. Dat orgel is als sample set beschikbaar, maar de aanwijzingen zijn ook prima bruikbaar voor bijvoorbeeld de sample set van het Silbermann orgel in de Stadtkirche van Zoblitz.: http://www.walcker-stiftung.de/Download ... f_1741.pdf

Leuk om te lezen dat hij niet moeilijk doet overeen combinatie als Prestant 8' + Roerfluit 8'

Berichten: 822

Geregistreerd: 04 jan 2013 15:20

Bericht 01 okt 2016 11:36

Re: registreren is een vak

ajongbloed schreef:Leuk om te lezen dat hij niet moeilijk doet overeen combinatie als Prestant 8' + Roerfluit 8'


Of, tot mijn verrassing, een Spitsfluit 4' bovenop een Prestant 8'.

Uiteraard: wat bij de ene orgelbouwer heel goed werkt, is bij de andere orgelbouwer soms totaal niet de bedoeling.

Berichten: 566

Geregistreerd: 03 feb 2011 21:12

Bericht 19 okt 2016 17:13

Re: registreren is een vak

Door het orgelspelen op het sampleset van het transept orgel in de Laurenskerk te Rotterdam met op het Borstwerk de Quintadena 4", wat ik een mooi register vind, registreer ik af en toe het volgende op "mijn" mechanisch kerkorgel:

Ik gebruik de Quintadeen 8" in combinatie met de Bourdon 16" een octaaf hoger als uitkomende stem.

Als begeleiding een Holpijp 8" of een Roerfluit 4" (octaaf lager) en in het pedaal een Subbas 16".

Berichten: 3427

Geregistreerd: 11 feb 2011 20:42

Bericht 03 feb 2018 13:49

Re: registreren is een vak

gelezen op internet, wellicht onder de organisten bekend, maar vond het toch een boeiend stukje








registers en zgn. harmonischen
De invloed van de harmonischen op de klankkleur van de orgelregisters en de functie van de vulstemmen
Auteur: J.D.Vlaanderen Oldenzeel

Het orgel onderscheidt zich van bijna alle andere Instrumenten, doordat er vóór het kan worden bespeeld een registratiekeuze moet plaatsvinden. De organist maakt een keus uit de registers waarop hem bekende (of soms minder bekende) namen staan met het doel een bepaalde klankkleur, of wat helaas maar al te vaak de bedoeling is, een bepaalde ‘sterkte’ te verkrijgen. Dit is natuurlijk afhankelijk van het betreffende instrument. Voor we de registergroepen ieder afzonderlijk naar hun klankkleur zullen bespreken, moeten we weten wat geluid is en wat de klank van geluid beïnvloedt. In ons geval de klank van een orgelpijp. Elk geluid dat men waarneemt is een trilling van de lucht. Geluid van een bepaalde toonhoogte is meestal opgebouwd uit trillingen met meerdere frequenties, die in bepaalde verhoudingen tot elkaar staan: de zogenaamde harmonischen of boventonen. Deze harmonischen bepalen de kleur van de toon. Een toon zonder harmonischen klinkt week en dof. Bij meer harmonischen wordt de klank helderder tot het felle en snijdende toe. Laat men op het orgel bijvoorbeeld c’ van een bepaald register spreken, dan hoort men naast deze toon een bepaalde reeks harmonischen. Deze harmonischen nu bepalen de klankkleur van een orgelregister. Op zijn beurt bepaalt de vorm (mensuur) van de orgelpijp de verhouding van de harmonischen ten opzichte van de grondtoon. Gaan we vanuit groot C een natuurkundige boventonenreeks uitzetten, dan krijgen we het volgende:

De grondtoon, eerste harmonische op groot C, deze klinkt als 8’
tweede harm. 8 : 2 is klein c, klinkt als 4’
derde harm. 8 : 3 is klein g, klinkt als 2 2/3
vierde harm. 8: 4 is 1 gestreept c, klinkt als 2’
vijfde harm. 8 : 5 is 1 gestreept e, klinkt als 1 3/5 ‘
zesde harm. 8 : 6 is 1 gestreept g, klinkt als 1 1/3’
zevende harm. 8 : 7 is 1 gestreept bes, klinkt als 1 1/7’
achtste harm. 8 : 8 is 2 gestreept c, klinkt als 1’


Prestantenfamilie
Niet elke orgelpijp (register) laat alle harmonischen horen. Open pijpen hebben alle harmonischen.Daar tegenover staan de gedekten welke behalve de grondtoon, de oneven (3e, 5e, 7e) harmonischen laten horen. Zo kunnen we de registers in verschillende groepen onderverdelen. Allereerst de belangrijke groep: de Prestanten, met als bekende registernamen o.a. Prestant, Octaaf, Superoctaaf en Quint. Het kenmerk van de prestantengroep is een heldere, doorzichtige klankkleur, goede verhouding van de harmonischen, een duidelijke articulatie (uitspraak) en een grote draagkracht. De prestanten nemen op onze orgels een belangrijke plaats in. Deze registers zijn bij uitstek geschikt (mits goed geïntoneerd) voor begeleiding van gemeentezang. Door gunstige sterkteverhoudingen van de harmonischen heeft de prestantengroep de beste eigenschappen om deze zang te ondersteunen.

De verhouding van de harmonischen van normale prestanten zijn:
Grondtoon 95 %
Tweede harm. 85 %
Derde harm. 8 %
Vierde harm. 1 %
Vijfde harm. 1 %

Dit percentage is gemeten t.a.v. een willekeurige sterkte X = 100 %. Hieruit blijkt dat een goede Prestant 8’ duidelijk een 4’ naast zijn grondtoon laat horen. De gemeentezang wordt niet voldoende ondersteund door een donkere klank, dus zonder of weinig harmonischen, maar wel door een heldere doorzichtige klank, dus rijk aan harmonischen, en dan nog die harmonischen welke in octaven en quinten t.o.v. de grondtoon liggen. Daar de Prestant niet bij machte is om alleen de gemeentezang te begeleiden gaan we niet zijn grondtoon, maar zijn harmonischen versterken. We gebruiken hiervoor enkelvoudige en gemengde vulstemmen. Allereerst komt in aanmerking de Octaaf 4’. Deze is de tweede harmonische van de 8’ (8 : 2 = 4) De Octaaf 4’ heeft dezelfde harmonischen als de Prestant 8’, met dit verschil dat deze ook een octaaf hoger liggen. Dus de tweede harmonische klinkt als de 2’, en de derde als de 1 1/3’. Meestal is de Octaaf wat donkerder van kleur geïntoneerd dan de Prestant.


Vulstemmen
Naast de Octaaf 4’ hebben we de Quint 2 2/3, deze klinkt als de derde harmonische (8 : 3 = 2 2/3) en de Octaaf 2 welke de vierde versterkt (8 : 4 = 2). Bij een volledig uitgebouwde dispositie treffen naast de Quint 2 2/3 een Mixtuur of naast een Quint 1 1/3 een Scherp aan. Men moet de quint wel met zorg registreren. In een plenum geeft dit register een mooi effect, als solo met de Prestant 8’ of een ander 8- register waarvan de klank zich met de quint versmelt, kan men er wonder wat mee doen, mits men ongeveer boven c’ blijft. In de bas moet men voorzichtig met een quint registreren, daar dit register in de onderste octaven slecht mengt. Dus niet een enkele 8’ met een 2 2/3’ samen meerstemmig spelen, maar hier altijd een 4’ bij registreren. Hier treed nl. nog een ander verschijnsel op, de zogenaamde verschil- of differentietoon. De 4’ en 2 2/3’ samen laten ook nog een 8’ horen, hierdoor wordt de basis extra versterkt. De gemengde vulstemmen Mixtuur en Scherp zijn gedisponeerd om de hogere harmonischen nog eens extra te versterken, dus om meer glans en kracht aan het geluid te geven. Om deze reden zijn ze dan ook lll en lV tot soms wel Vll en Vlll sterk. Bij het neerdrukken van één toets laten zij meerdere tonen horen en dan die tonen, welke in de harmonische reeks van de prestant de voornaamste plaats innemen dus octaven en quinten.

Een Mixtuur laat bijvoorbeeld horen:
groot c 1 1/3 – 1 – 2/3
klein c 2 – 1 1/3 – 1
1 gestr. c 2 2/3 - 2 – 1 1/3 – 1
2 gestr. c 4 – 2 2/3 – 2 - 1 1/3
3 gestr. c 4 – 2 2/3 – 2 – 2

Een Scherp laat bijv. horen:
groot c 2/3 – ½ - 1/3
groot h 1 – 2/3 – 1/2
klein gis 1 1/3 – 1 – 2/3
1 gestr. a 2 – 1 1/3 – 1
2 gestr. gis 2 2/3 – 2 – 1 1/3

Een goede vulstem maakt de “klankpiramide”volledig. Gaan we vanuit de Prestant- mensuur denkende de pijpen enger (nauwer) maken dan krijgen we meer harmonischen. Een Prestant van een rugwerk of van een borstwerk bijv. is enger van mensuur dan die van een hoofdwerk. Deze is dan ook helderder en dunner van toon. Maken we de mensuur zeer eng (d.w.z. kleinere diameter bij gelijk blijvende lengte) dan krijgen we in verhouding tot de grondtoon nog meer harmonischen. Hierdoor wordt de klank dun en snijdend.


Strijkende stemmen
We komen nu bij de groep van de Strijkers met bekende registernamen als Salicionaal, Salicet, Violon, Viola di Gamba, Vox Celeste, Aeoline. Het kenmerk van de strijkersgroep is: een strijkende en dunne klank ten gevolge van veel harmonischen, een zwakke articulatie en een zeer kleine draagkracht. Door de sterk op de voorgrond tredende harmonischen mengt een strijker slecht met andere registers (hij versmelt niet).

De verhouding van de harmonischen van een Viola da Gamba zijn als volgt:
Grondtoon 80 %
Tweede harm. 95 %
Derde harm. 45 %
Vierde harm. 4 %
Vijfde harm. 1 %
Zesde harm. 1 %
Zevende harm. 1 %
Achtste harm. 1 %

De geringe draagkracht is het gevolg van de ongunstige verhouding van grondtoon en harmonischen: men hoort meestal de tweede harmonische (95%) sterker dan de eerste (80 %). Hieruit volgt dus dat een enge strijker voor gemeentezang een onbruikbaar register is. Een Spitsgamba maakt een uitzondering, dit is een enge gemshoorn met een strijkende, prestantachtige intonatie.
Zoals we hiervoor zagen, gaat de groep van de prestanten door verenging van de mensuur over in de strijkers. Door de mensuur van een prestant wijder te maken verdwijnt het karakter prestant en wordt de klank ronder en fluitachtig: men krijgt de groep van de Fluiten (open fluiten) met namen als Open fluit, Woudfluit, Nachthoorn (cilindrische pijpen), Gemshoorn, Baarpijp, Nazard en Spitsfluit, (conische pijpen).


Fluiten
Kenmerkend voor deze groep is een weke en ronde klank, weinig harmonischen, zwakke articulatie en een matige tot kleine draagkracht (mede afhankelijk van de intonatie). Zoals bij de strijkers door het enger worden van mensuur de harmonische sterker worden, zo wordt bij de fluiten door de mensuur wijder te maken de grondtoon sterker t.o.v. de harmonischen. De onderlinge verhouding van de harmonischen van bijvoorbeeld de Nachthoorn, een zeer wijde fluit, zijn:

Grondtoon 100 %
Tweede harm. 1 %
Derde harm. 4 %
Vierde harm. 1 %
Vijfde harm. 1 %

Bij de fluiten hebben we naast de cilindrische pijpen ook conische pijpen zoals Gemshoorn en Spitsfluit. Deze klinken over het algemeen helderder en zijn doorzichtiger van klankkleur dan de Open fluit of de Nachthoorn. Een uitzondering maakt de Baarpijp, het wijdste conische register. Deze is vrij week en komt soms de Gedekt in klank nabij. Op orgels uit de romantische tijd treft men de Flûte Harmonique aan. Deze geeft niet de grondtoon maar zijn tweede harmonische. We noemen dit dan ook een overblazende fluit, daar hij de grondtoon overslaat. De Flûte Harmonique heeft dan ook wel een helder geluid maar een onvast karakter. De open fluit wordt ook nog wel als vulstem toegepast. Enkelvoudig als bij voorbeeld Quintfluit 2 2/3’, welke over het algemeen de klank eerder vertroebelt dan versterkt. Wordt deze vulstem als conisch register uitgevoerd (Nazard 2 2/3’ of 1 1/3’) dan kan men hiermee mooie combinaties maken, mits de klank helder is. Als gemengde vulstem (Cornet) wordt de fluitmensuur soms toegepast. Naast de open fluiten staat de groep van gedekte en halfgedekte fluiten, o.a. Bourdon, Holpijp, Quintadeen, Roerfluit, Koppelfluit. De klank is meestal helder en rond, afhankelijk van de toegepaste mensuur. Evenals bij de open fluiten ontstaan bij wijde mensuur weinig harmonischen en heeft men dus een ronde en dikke klank, zwakke articulatie en kleine draagkracht. Bij het enger worden van de mensuur krijgen ook de gedekten meer harmonischen en wordt de draagkracht groter. Mits de mensuur niet te wijd gemaakt wordt, is de articulatie behoorlijk. Zoals al eerder werd opgemerkt is de klank van de gedekten opgebouwd uit grondtoon en oneven harmonischen. Hierdoor is het karakter geheel anders dan van de open pijpen. De Gedekt 8’ heeft dus naast zijn grondtoon allereerst de derde harmonische (Quint 2 2/2’), dan de vijfde harmonische (Terts 1 3/5’) en de zevende harmonische (Septiem 1 1/7’)



Andere registers

In deze groep kunnen we de mensuur van de Holpijp beschouwen als de normale. Wordt de mensuur wijder dan verkrijgt men weer een donkere dikke klank. Een wijde Subbas en een dik geïntoneerde Bourdon 16’ geven een onbelijnde toon. Evenals bij de prestantengroep treden bij enger worden van de mensuur de harmonischen meer op de voorgrond. Vooral bij de Quintadeen, een zeer enge gedekt, is dit het geval. Deze laat duidelijk naast zijn grondtoon de derde harmonische horen nl. de quint (vandaar de naam). Wil men op een hoofdwerk een gedekt 16’ disponeren, dan heeft de Quintadeen de voorkeur, daar de klank hiervan goed versmelt met de andere registers. De Roerfluit is een halfgedekt. Dit register heeft de eigenschap, mits goed geïntoneerd, twee harmonischen naast zijn grondtoon te laten horen, nl. de derde (quint) en de vijfde (terts). Bij een Roerfluit hoort men a.h.w. een sesquialter op de achtergrond mee klinken.

U zult zich al lezende afgevraagd hebben, wat heb ik bij het spelen aan deze theorie. Dat is goed voor de vakorganist of voor orgelbouwers. Door deze theorie bij het spelen echter toe te passen komt men echter tot mooie, en een steeds weer wisselende registerkeus. Uit het hiervoor behandelde blijkt dat elk register zijn eigen klankkleur heeft, afhankelijk van de aan- of afwezigheid van harmonischen. Door de samenstelling van deze harmonischen te beïnvloeden wordt de klankkleur veranderd. Dit doen we door een bepaald register met een register van een andere, liefst hogere voetmaat te combineren. Bijv. een Prestant 8’ wordt door combinatie met een Octaaf 4’ helderder, de reeks der harmonischen van de 8’ wordt door de 4’ versterkt en uitgebouwd naar boven. Een Prestant 8’ gecombineerd met een Fluit 4’ klinkt ronder, de Fluit 4’ versterkt wel de tweede harmonische van de Prestant 8,’ maar niet de hogere harmonische. Vergelijk in de tabel de harmonischen van Prestant en Fluit. Door een Octaaf 2’, een Quint 2 2/3’ of 1 1/3’ en een Mixtuur bij te registreren wordt de klank helderder. Indien goed geïntoneerd zullen deze stemmen zo met elkaar versmelten dat men a.h.w. één register hoort. Het is niet perse nodig een Prestant als basisregister te gebruiken. We kunnen onze registratie evengoed opbouwen op een Roerluit, Holpijp of Quintadeen. Voor bepaalde effecten zelfs op een tongwerk 8’ (Trompet, Dulciaan of Regaal).


Combineren van registers
Van belang is of men een Prestant of een Gedekte fluit als basis neemt en combineert met prestanten dan wel fluiten. Bij een Prestant welke veel harmonischen heeft kan men de harmonischen versterken door prestantregisters met een kleinere voetmaat toe te voegen. Door fluiten i.p.v. deze prestanten te registreren neemt men de harmonischen, hoger in rangnummer dan de geregistreerde fluit weg. Men verstoort dan de oorspronkelijke pyramide der harmonischen. Bijv. een Prestant 8’ met Octaaf 4’ en Gemshoorn 2’ . De viervoet versterkt de harmonische van de achtvoet. De Gemshoorn 2’ versterkt wel de vierde harmonische, maar de harmonischen boven de tweevoet (is 4e harm.) verdwijnen. Dit is uit proeven met de oscilloscoop duidelijk gebleken. Het is daarom van groot belang dat op een hoofdwerk een zo volledig mogelijk prestantenplenum is gedisponeerd. Helaas komt het voor dat op een hoofdwerk een Fluit 2’ is gedisponeerd en op het nevenwerk een Prestant 2’. En kundig intonateur kan toch ook een Prestant 2’ en een Octaaf 2’ zo verschillend intoneren, dat men geen behoefte (meer) heeft aan een fluit 2’.

Behalve wegnemen kunnen we ook harmonischen toevoegen. Als basis nemen we een Holpijp 8’. Door een Roerfluit 4’ bij te registreren wordt de tweede harmonische toegevoegd (de Holpijp heeft alleen de oneven harmonischen). Combineert men een Prestant 4’ met een Holpijp 8’ dan verkrijgt men weer een volledige reeks van harmonischen, n.l. Holpijp met eerste en derde als voornaamste harmonischen. Hierbij komt de Prestant 4’ met tweede, vierde en zesde als voornaamste harmonische t.o.v. de Holpijp. Opvallend is dat een Fluit 2’ (bijv. Gemshoorn 2’) zich met een Holpijp 8’ beter mengt dan met een Prestant 8’. Het is ook mogelijk een tongwerk 8’ als basis te nemen, zoals bijv. bij een Trompet de Mixtuur of bij de Dulciaan een Gedekt 4’, een 2’, Quint of Scherp.



Samengestelde vulstemmen
Door verschillende prestant- en fluitcombinaties op twee klavieren tegen elkaar uit te spelen, verkrijgt men nog meer klankkleurverschillen. Vooral als men hogere registers tegenover lagere registreert. M.a.w. als men op het ene klavier meer hogere harmonischen gaat versterken dan op het andere klavier. Tegenover een duidelijke Cantus Firmus ook een duidelijke (doorzichtige) begeleiding op het nevenwerk en op het pedaal.

Bij de prestantengroep is eerder een voorbeeld gegeven van gemengde vulstemmen zoals Mixtuur en Scherp. Naast de repeterende vulstemmen worden ook niet-repeterende vulstemmen gedisponeerd. Het meest bekend zijn wel de cantus firmus registers Sesquialter en Cornet. De Cornet is omstreeks 1650 voor het eerst toegepast. De orgelbouwer Duyschot heeft dit register door toepassing in zijn orgels sterk gepropageerd. De Cornet werd toen uitgevoerd in prestantmensuur. Vooral na ongeveer 1850 werd de Cornet steeds meer in fluitmensuur uitgevoerd. Hierdoor is de klank dik geworden en versmelten de verschillende koren niet met elkaar, waardoor zij niet meer beantwoorden aan het doel waarvoor zij oorspronkelijk waren gebouwd. Een Cornet vijf sterk is samengesteld uit: 8’- 4’- 2 2/3’- 2’- 1 3/5’. Dit zijn de eerste vijf tonen uit de harmonischen reeks. Op c ééngestreept horen we dus c’, c”, g”,c”’en e”’. De Sesquialter is meestal tweesterk en is dan samengesteld uit een Quint 2 2/3 en een Terts 1 3/5’ van prestantmensuur. Dit zijn de derde en de vijfde harmonischen. Een drie sterke Sesquialter bevat ook nog een 2’ en is eigenlijk een Cornet drie sterk. Door een 8’, een 4’ en een 2’ met een Sesquialter te combineren verkrijgt men de samenstelling van een Cornet vijf sterk. Het register Tertiaan kan beschouwd worden als de omkering van de Sesquialter. De terts ligt hier onder de quint. (Terts 1 3/5’en Quint 1 1/3’.) De Cornet en Sesquialter zijn in hoofdzaak cantusfirmusregisters. Een Cornet in een plenum vertroebelt de klank. Realiseert men zich welke tonen er samen klinken dan is dit ook wel begrijpelijk. Stel, men laat de grote drieklank op c’ horen, dus c’- e’- g’. Van elke toon komt hier dan óók het octaaf, de quint en de terts erbij. Het wordt een hutspot van getempereerde tertsen en quinten van het accoord tegen de rein gestemde terts en quint van de Cornet.

Koren van tonen welke op het de Cornetkoor klinken:
8’ c’ - e’ - g’
4’ c’ - e” - g”
2 2/3’ g”*- b”*- d”’
2’ c’” – e’”- g”’
1 3/5’ e’”*- gis’”- b’”*

De met een * gemerkte tonen zijn gelijk in naam of verschillen in octaaf. Deze zijn ten opzichte van elkaar en van de tonen van de drieklank onzuiver (enkele zeer vals) door reine en getempereerde stemming.. Ook klinken er tonen welke een dissonant vormen in deze drieklank (d”’ – gis’” – h”’) . De intervallen horizontaal in de tabel zijn getempereerde ( niet reine) intervallen. De intervallen vertikaal zijn rein (zuiver) gestemd. Een ander niet repererende vulstem is de Ruispijp. Deze wordt meestal tweesterk op een manuaal tot drie tot soms vijfsterk op het pedaal gedisponeerd.



Tongwerken
De Ruispijp twee-sterk is samengesteld uit een 2’ en een 1 1/3’. Deze versterkt dus de vierde en de zesde harmonischen en laat een quint-interval horen. De omkering van de quint is de quart, en daarom heet de omkering van de Ruispijp Quartaan. Dit niet zo bekende register treft men op oude orgels wel aan in de lage ligging, 2 2/3’ – 2’. Op een nevenwerk en uitgevoerd in enge prestant mensuur (in hogere ligging 1 1/3’ – 1’) is dit een veelzijdig register. Moet men bij de samenstelling van een dispositie kiezen tussen een vulstem of solostem (b.v. een Cymbel of een Sesquialter) dan is de Quartaan aan te bevelen. In een plenum geeft hij een tot de één voet uitgebouwde top. Daarbij is hij als solostem zeer duidelijk en aangezien hij niet repeteert over het hele klavier te gebruiken. B.v. als c.f. tenor samen met een Prestant 4’ of Roerfluit 4’ eventueel met Dulciaan 8’. De twee sterke vulstemmen laten eigenlijk drie tonen horen, n.l. hun natuurtonen en de verschil- of differentie- toon. Een Sesquialter b.v. laat een 4 voet als verschiltoon horen, het is dan ook de kunst bij de intonatie de verschiltoon in verhouding tot de natuurtonen in het gehele register even duidelijk te laten mee klinken. Zo heeft de differentietoon van een Quartaan 1 1/3’ – 1’ een tweevoets en die van een Ruispijp 2’ – 1 1/3’ een vier- voetsfrequentie.

Wat betreft de tongwerken enkele opmerkingen daar de (altijd zeer rijke) samenstelling van de harmonischen op ingewikkelde wijze bepaald wordt door toepaste verhouding van tongen en bekers enz. Deze kan met registers van dezelfde naam sterk verschillen. Een Trompet laat meestal een duidelijke terts horen, een Regaal is zéér rijk aan hoge harmonischen. De bekervormen spelen ook hier een grote (doch niet altijd duidelijke) rol. De trechtervormige Trompet is bij uitstek een register voor hoofdwerk en pedaal, terwijl b.v. de zangerige Vox Humana, die een zeer speciale bekervorm heeft, bij voorkeur op een nevenwerk geplaatst wordt. De klank van cylindrische tongwerken (b.v. Dulciaan) is evenals die van gedekte labialen uit oneven harmonischen opgebouwd. Om bruikbaar te zijn moeten tongwerken regelmatig gestemd worden. Dit kan nooit te veel gebeuren! Op grond van het voorafgaande kunnen we voor wat betreft de koraalbegeleiding enige regels opstellen en richtlijnen aangeven. Eerste vereiste is een heldere, doorzichtige registratie. Dus geen registers bij het plenum trekken welke de klank niet opbouwen maar vertroebelen. De harmonische reeks moet worden versterkt. . Niet meer dan één register van elke voetmaat op elk klavier, met uitzondering van tongwerk en soms de basis van de registratie ,bijv. Prestant 8’ met Roerfluit 8’ of Holpijp 8’ met Quintadeen 8’. Koppelt men de klavieren, dan ook het gekoppelde werk als een zelfstandige combinatie behandelen.


Slotbeschouwingen 1
Men zij er op bedacht dat de gekoppelde werken goed met elkaar in stemming zijn. Dit laat vooral in kerken met heteluchtverwarming nogal eens te wensen over. Registreert men een Bourdon 16’ in het manuaal (of een Quintadeen 16’ ) dan altijd zorgen voor evenwicht door een heldere 2’-voet bij te trekken. De registratie in balans in balans houden, dus afwegen! Door gebruik te maken van Octaaf 4’ en Fluit 4’ (open of gedekt) of een Octaaf 2’ en Nachthoorn2’ brengt men de registratie voor koraalspel absoluut uit zijn balans. Voor partita’s of bepaalde werkjes kunnen dergelijke combinaties soms goede effecten geven. Men kan natuurlijk wel voor afwisseling in klankkleur i.p.v. een Octaaf 4’ een Fluit 4’ of i.p.v. Octaaf 2’ een Fluit 2’ registreren. Een strijker kan men in een plenum niet gebruiken, daar de eis voor elk plenum is dat de stemmen versmelten. Een goed geïntoneerde strijker is soms mooi in een voorspel met een Fluit 4’ als cantus firmus, begeleid met een Holpijp 8’. Door een tongwerk 8’ met een enkelvoudige of gemengde vulstem (soms alleen met een Roerfluit 4’) te mengen wordt het karakter vaak sterk veranderd, waardoor deze combinaties bij uitstek geschikt zijn als uitkomende stem, eventueel onder gebruikmaking van een (rustige) tremulant. Men zij evenwel zeer voorzichtig hiermee. Met een tremulant maakt men een plenum voor een begeleiding troebel door verhoging en verlaging van de winddruk, dus verhoging en verlaging van de stemming! Een doorzichtige registratie geldt in belangrijke mate ook voor het pedaal. Het pedaal is niet maar een basklavier, maar heeft dezelfde waarde als een manuaal. Helaas is dit vaak stiefmoederlijk bedeeld. Gelukkig wordt in de hedendaagse orgelbouw naar een zo volledig mogelijke pedaalbezetting gestreefd. Liever een stem minder op de manualen, dan een rijk bezette manuaal ten koste van het pedaal. Even goed als een organist zich de kennis van de kerktoonsoorten eigen moet maken en dit door het ook te doen moet leren en onderhouden, is dit ook het geval met registreren.



Slotbeschouwingen 2
Zoals men vooraf moet weten in welke toonsoort een koraal staat, moet men ook vóór het uittrekken van registers bedenken wat voor klankkleur men wenst. Veel hangt natuurlijk af van de intonatie van een orgel. Vooral als dit nogal te wensen overlaat, dus als de intonatie niet uitgewogen of karakterloos is. Maar al te vaak worden de registers alleen maar gebruikt om de sterkte van de orgelklank te regelen. Dit is niet een goede benadering! Helaas moet men bij een minder gelukkige dispositie wel van de nood een deugd maken. Het enige advies is dan ook: veel experimenteren met de registers. Door b.v. met een Bourdon 16’ een octaaf hoger te spelen klinkt deze als een achtvoet. Eventueel met bepaalde registers een octaaf lager. Hierdoor komt men vaak tot verrassende klankcombinaties. Een organist moet weten op welke manieren hij zijn instrument het schoonst kan laten klinken. Dat wil niet altijd zeggen: het liefelijkst. Men zij er op bedacht dat de gekoppelde werken goed met elkaar in stemming zijn. Dit laat vooral in kerken met heteluchtverwarming nogal eens te wensen over. Registreert men een Bourdon 16’ in het manuaal (of een Quintadeen 16’ ) dan altijd zorgen voor evenwicht door een heldere 2’-voet bij te trekken. De registratie in balans in balans houden, dus afwegen! Door gebruik te maken van Octaaf 4’ en Fluit 4’ (open of gedekt) of een Octaaf 2’ en Nachthoorn2’ brengt men de registratie voor koraalspel absoluut uit zijn balans. Voor partita’s of bepaalde werkjes kunnen dergelijke combinaties soms goede effecten geven. Men kan natuurlijk wel voor afwisseling in klankkleur i.p.v. een Octaaf 4’ een Fluit 4’ of i.p.v. Octaaf 2’ een Fluit 2’ registreren. Een strijker kan men in een plenum niet gebruiken, daar de eis voor elk plenum is dat de stemmen versmelten. Een goed geïntoneerde strijker is soms mooi in een voorspel met een Fluit 4’ als cantus firmus, begeleid met een Holpijp 8’. Door een tongwerk 8’ met een enkelvoudige of gemengde vulstem (soms alleen met een Roerfluit 4’) te mengen wordt het karakter vaak sterk veranderd, waardoor deze combinaties bij uitstek geschikt zijn als uitkomende stem, eventueel onder gebruikmaking van een (rustige) tremulant. Men zij evenwel zeer voorzichtig hiermee. Met een tremulant maakt men een plenum voor een begeleiding troebel door verhoging en verlaging van de winddruk, dus verhoging en verlaging van de stemming!

Een doorzichtige registratie geldt in belangrijke mate ook voor het pedaal. Het pedaal is niet maar een basklavier, maar heeft dezelfde waarde als een manuaal. Helaas is dit vaak stiefmoederlijk bedeeld. Gelukkig wordt in de hedendaagse orgelbouw naar een zo volledig mogelijke pedaalbezetting gestreefd. Liever een stem minder op de manualen, dan een rijk bezette manuaal ten koste van het pedaal. Even goed als een organist zich de kennis van de kerktoonsoorten eigen moet maken en dit door het ook te doen moet leren en onderhouden, is dit ook het geval met registreren. Zoals men vooraf moet weten in welke toonsoort een koraal staat, moet men ook vóór het uittrekken van registers bedenken wat voor klankkleur men wenst. Veel hangt natuurlijk af van de intonatie van een orgel. Vooral als dit nogal te wensen overlaat, dus als de intonatie niet uitgewogen of karakterloos is. Maar al te vaak worden de registers alleen maar gebruikt om de sterkte van de orgelklank te regelen. Dit is niet een goede benadering! Helaas moet men bij een minder gelukkige dispositie wel van de nood een deugd maken. Het enige advies is dan ook: veel experimenteren met de registers. Door b.v. met een Bourdon 16’ een octaaf hoger te spelen klinkt deze als een achtvoet. Eventueel met bepaalde registers een octaaf lager. Hierdoor komt men vaak tot verrassende klankcombinaties. Een organist moet weten op welke manieren hij zijn instrument het schoonst kan laten klinken. Dat wil niet altijd zeggen: het liefelijkst.

Berichten: 822

Geregistreerd: 04 jan 2013 15:20

Bericht 03 feb 2018 14:18

Re: registreren is een vak

Als je het leuk vind om de beweringen in dit artikeltje te checken, zou je met REW eens de verhoudingen tussen grondtoon en boventonen voor verschillende registers kunnen meten. Het artikeltje lijkt geschreven voor Hollandse orgels in de (neo)barokke stijl, dus dan moet je wel zo'n orgel nemen, liefst met een beetje direct geluid (Anloo? Goerlitz zou ook representatief kunnen zijn).
Die verhoudingen kun je trouwens natuurlijk veel beter in dB uitdrukken dan in %.

Berichten: 3427

Geregistreerd: 11 feb 2011 20:42

Bericht 03 feb 2018 14:31

Re: registreren is een vak

josq schreef:Als je het leuk vind om de beweringen in dit artikeltje te checken, zou je met REW eens de verhoudingen tussen grondtoon en boventonen voor verschillende registers kunnen meten. Het artikeltje lijkt geschreven voor Hollandse orgels in de (neo)barokke stijl, dus dan moet je wel zo'n orgel nemen, liefst met een beetje direct geluid (Anloo? Goerlitz zou ook representatief kunnen zijn).
Die verhoudingen kun je trouwens natuurlijk veel beter in dB uitdrukken dan in %.



dat kan Jos, maar volgens mij heb je daar niet eens REW voor nodig een goede RTA vst laat het denk ik ook al zien

als ik even heel basic en snel een prestant 8v semidry van het transeptorgel gebruik centrale. C

dan krijg ik het volgende te zien (hoe betrouwbaar de standaard EQ van reaper is weet ik niet maar daar zie je toch al wel de harmonische qua optelling klopt dat ook wel aardig

harmonischen.jpg


zal vanavond eens kijken wat ik voor prof. analyzer in kan zetten
Je hebt geen permissies om de bijlage(n)) in dit bericht te zien.

Keer terug naar Algemene discussie

Wie is er online

Gebruikers op dit forum: Jack47 en 1 gast




Powered by phpBB © 2000, 2002, 2005, 2007 phpBB Group.
Designed by ST Software for PTF. phpBB.nl Vertaling

 

Copyright (c) 2008 PCorgan.com. All rights reserved. Mail: info@PCorgan.com